Gebiedsontwikkeling

Wanneer u als opdrachtgever duurzame gebiedsontwikkeling wilt uitvoeren, kunnen wij u ontzorgen door middel van een beoordeling van diverse aspecten op het gebied van Ruimtelijke Ontwikkeling. Hierbij kunnen de onderdelen RO1, RO2, RO6 en RO7 (voor zover van toepassing) worden beoordeeld aan de hand van BREEAM-NL ‘Beoordelingsrichtlijn Gebiedsontwikkeling’.

Koenders en Partners beschikt over de juiste middelen en expertise om:

  • het landgebruik (RO1) te beoordelen: Op basis van aangeleverde informatie (plankaarten, inrichtingsplattegronden etc.) en bronnenonderzoek kan nauwkeurig worden bepaald en berekend of het gebied binnen de bebouwde kom is gelegen en in welke mate de ontwikkeling plaats vindt op braakliggend en/of bebouwd terrein;
  • onderzoek te doen naar verontreinigde bodem (RO2): Door middel van bodemonderzoek kan worden vastgesteld of op een locatie sprake is van een ernstig verontreinigde bodem. Koenders en Partners beschikt over de benodigde certificaten om dergelijke bodemonderzoeken voor u te verzorgen. Daarnaast kan in samenspraak met de opdrachtgever een plan van aanpak/ saneringsplan worden opgesteld;
  • de aanwezige abiotische structuren (RO6) te inventariseren en waarderen: Door middel van bronnenonderzoek en een locatiebezoek wordt een overzicht opgesteld van de in het gebied aanwezige structuren (rivierbedding, heidegebied etc.) die habitat vormen voor de aanwezige ecologie. Tevens kan op basis van aangeleverde plandetails worden bepaald of abiotische structuren behouden blijven, gecompenseerd worden of versterkt worden;
  • pragmatisch advies te geven om ecologische waarden (LE4) te behouden en waar mogelijk te versterken: Aan de hand van bronnenonderzoek en een veldbezoek wordt een indicatie gegeven van de (mogelijk) op locatie aanwezige ecologische waarden (planten en dieren). Naast een inventarisatie van de aanwezige soorten wordt ook een inschatting gemaakt van het effect van de voorgenomen ontwikkeling op deze ecologische waarden. Op basis hiervan kan een plan worden opgesteld om de ecologische waarden te behouden, te compenseren of te stimuleren.