Kennis delen!

Alexander Koenders is als ondernemer betrokken bij uiteenlopende milieu- en bouw gerelateerde vraagstukken. Naast directeur van Koenders & Partners en een aantal ondernemingen, is hij een bezige bij. Dicht bij de bron, vergaart hij kennis. Om deze vervolgens te delen met u en de mensen om hem heen. 

Hoe hij, naast het putten uit ervaring verkregen bij  een lange loopbaan in de wereld van sloop, asbest, bodem en ecologie,  die kennis op doet?

Door posten en functies te bekleden als:

  • CROW 400: Lid van de commissie met als specialisme asbest (bodemgerelateerd);
  • SBA agro: Lid van de commissie (pro-deo) als asbestspecialist gebouwgerelateerd Agro sector (stichting bevordering asbestverwijdering AGRO en MKB);
  • Arbo regieteam: Lid van dit team vanuit de inventarisatiesector waarbij samen met SZW-I-SZW de nieuwe wetgeving wordt beschouwd en daar waar nodig aangepast;
  • Kernteam asbest: Lid van dit team vanuit de inventarisatiekant. Is onderdeel van ASCERT en komt bij elkaar wanneer er knelpunten gesignaleerd worden binnen het certificatiestelsel;
  • Regiegroep LAVS: Lid van de regiegroep waarbinnen het functioneren van het LAVS wordt besproken en knelpunten worden gesignaleerd alsmede oplossingen worden aangedragen;
  • Adviseur VIA: Lid van het bestuur als adviseur en raadgever;
  • ASCERT: Lid van de Raad Van Commissarissen;
  • VOAM-VKBA: Vicevoorzitter branchevereniging;
  • NEN 5707 en 5897: Voorzitter van de commissie;
  • Asbest in grond en puin: Voorzitter op verzoek van Rijkswaterstaat
  • NEN commissie keramische vezels: Voorzitter.

Dicht bij de bron, daar vind je Alexander Koenders.
Meer weten over wat hij en de mensen om hem heen voor u kunnen betekenen? 
Bel ons op 0348- 47 80 50 of stuur ons een e-mail via info@koenders-partners.nl. 
 

02A16GSM.jpg

Versnelling sanering van bedrijfsterreinen

Onlangs is het "Wijzigingsbesluit financiële bepalingen bodemsanering" gepubliceerd.
Dat is mooi nieuws met betrekking tot financiële bepalingen en ruimere termijnen. Dit kan leiden tot een versnelling van de sanering van bedrijfsterreinen. 

Om uw project naar de gewenste afronding te begeleiden kunt u voor het juiste advies en een gedegen plan van aanpak bij ons terecht. Wij vullen deze uitdaging graag voor u in zodat u weet waar u aan toe bent.

Alles over het wijzigingsbesluit leest u hier.

Meer weten wat wij voor u kunnen betekenen? Neem contact met ons op via info@koenders-partners.nl of 0348-478050.
 

Nieuwe ontwikkelingen binnen Asbestland per 1 maart 2017

Het zal u niet ontgaan zijn dat in het eerste kwartaal van 2017 het een en ander veranderd is binnen asbestland. Ondanks dat eind 2016 een en ander al mondjesmaat bekend is gemaakt, kwam voor velen het nodige toch nog als een verrassing.

Er zijn een aantal zaken die voor u als opdrachtgever van belang zijn om te weten en waarmee u rekening moet houden als u voornemens bent om te gaan renoveren, slopen, aan- of verkopen. Zaken die, vanaf heden, direct gevolgen hebben voor uw planvorming, portemonnee en te maken reserveringen. Wij zullen de belangrijkste zaken voor u op een rijtje zetten.

Het asbestdakenverbod
De overheid heeft aangekondigd om per 2024 een algeheel asbestdakenverbod te doen laten gelden. Deze geldt niet alleen voor de AGRO-sector maar voor alle huiseigenaren met onroerend goed waar asbest op de daken verwerkt is. Onder daken wordt verstaan: alles wat op een bouwwerk is aangebracht. Golfplaten, leien en zo ook bitumineuze dakbedekkingen. De overheid heeft ter bevordering van de sanering van dergelijke materialen een subsidieregeling van kracht laten worden welke tot een maximum van € 4,50 per m² kan uitkeren, mits voldaan wordt aan de daarvoor gestelde eisen. De belangrijkste eisen zijn dat het dak is geïnventariseerd en gesaneerd door daartoe erkende bedrijven en de werkzaamheden vanaf de start tot en met de afronding zijn ingevoerd in het Landelijk Asbest Volgsysteem (kortweg het LAVS).

Het Landelijk Asbest Volgsysteem
Het LAVS werd al jaren geleden ontwikkeld door met name het Ministerie van Infrastructuur en Transport met de bedoeling om zo een beter inzicht te krijgen in de keten en deze gesloten te krijgen. Het LAVS is per 1 maart 2017 verplicht gesteld voor gecertificeerde bedrijven. Dat wil zeggen dat wanneer u als opdrachtgever een asbestinventarisatiebureau of asbestverwijderingsbedrijf de opdracht geeft werkzaamheden voor u te verrichten, zij hiervan melding moeten maken in het LAVS. Niet melden is geen optie. Voor u als opdrachtgever veranderd er niet heel veel behalve dat er mogelijk kosten in rekening gebracht worden om de resultaten in het systeem te kunnen invoeren. Met name asbestinventarisatierapporten van voor 1 maart 2017, dienen alsnog te worden ingevoerd alvorens tot sanering over te kunnen gaan. Dit geschiedt handmatig en kan, afhankelijk van de omvang van de rapportage, enige tijd in beslag nemen. U kunt als opdrachtgever toegang krijgen tot het LAVS indien u beschikt over een zogeheten E-herkenning. Voor de particulier is dat niet mogelijk. U kunt zichzelf als opdrachtgever met E-herkenning aanmelden en via het LAVS asbestgerelateerde opdrachten verstrekken aan derden. U kunt hiervoor ook een machtiging verstrekken aan een directievoerder of aan het asbestinventarisatiebureau.

Verlaging grenswaarden amfibool asbest
Per 1 januari 2017 zijn de grenswaarden voor amfibool asbest aangepast. Dit heeft direct gevolgen voor de wijze van saneren en het vrijgeven van een sanering. Omdat amfibool asbest (o.a. amosiet) gevaarlijker is bevonden dan het zogeheten chrysotiel of witte asbest, dient de vrijgavemeting een grotere zekerheid te kennen en daarom met andere technieken te worden aangetoond. Er wordt in dit geval gemeten met een zogeheten SEM microscoop. Het directe gevolg is dat een sanering langer kan duren dan vóór 2017 en de maatregelen kostbaarder worden. De bepaling waarbij er een asbestproduct in een zwaarder regime komt te vallen geschiedt tijdens de asbestinventarisatie. Met behulp van een zogeheten SMART wordt het product, de plek waar het zich bevindt en hoe het bevestigd is alsmede de wijze van saneren ingevuld. Op basis van deze gegevens volgt er een uitslag die het product in een risicocategorie plaatst, die vervolgens bepalend is voor de rest van de procedure en hoe men met het asbest dient om te gaan. Hier kennen we nu nog 3 categorieën, te weten: risicoklasse 1, 2 en 2A.
Omdat deze wijziging nu van kracht is geworden dient u als opdrachtgever, asbestinventarisatierapporten jonger dan 3 jaar te laten toetsen aan de nieuwe risico-indeling. Dat kan bij het bedrijf wat in oorsprong de inventarisatie gedaan heeft dan wel bij een ander daartoe gecertificeerd bedrijf. Het saneren op basis van niet getoetste rapportages is niet meer toegestaan.

SMART en valideren
SMART is het systeem wat gebruikt wordt om asbesttoepassingen te toetsen en vervolgens in een risico-indeling te plaatsen waarmee een saneerder de te nemen maatregelen kan bepalen. Omdat er nog steeds nieuwe gegevens vrijkomen over het risico van asbest bij een bepaalde bewerking, kan het zijn dat een asbestproduct ineens van een lichtere naar een zwaardere categorie kan verschuiven en vice versa. U kunt dus geconfronteerd worden met een toepassing die ineens duurder of goedkoper in de verwijdering wordt door een aanpassing van de SMART. De SMART kan ook aangepast worden omdat door het gebruik van nieuwe technieken er minder of geen vezelemissie meer is tijdens de verwijdering waardoor bij gebruik van die methode dus goedkoper gewerkt kan worden. Deze aanpassingen kunnen alleen gerealiseerd worden door een zogeheten validatiemeting. De voorwaarden waaraan een validatiemeting moet voldoen staan in de zogeheten SC 547 en SC 548.

Wijziging Certificatieschema’s asbest Arboregeling
Voor bedrijven die met asbest werken is er behoorlijk wat gewijzigd. Voor zowel de inventarisatiebureaus als de saneerders zijn nu alle relevante regels ondergebracht in de wijziging Certificatieschema’s asbest Arboregeling. Hiermee is de “vrijwilligheid en soms vrijblijvendheid” van een certificatieregeling gewijzigd in harde wetgeving. Ieder bedrijf dient dan ook te werken conform de in deze regeling genoemde voorwaarden en kan daarop gehandhaafd worden. Het toezicht op deze werkzaamheden is ook verzwaard en kent bij tekortkomingen, overeenkomstige straffen. In de dagelijkse praktijk betekent dit voor u als opdrachtgever dat het lijkt alsof er ineens minder kan en minder flexibel gewerkt kan worden. Dat is juist. De bedrijven zullen zich meer aan procedures moeten houden waardoor de doorlooptijd van een werk langer kan duren. Er zal bij hoogrisico werk meer tijd nodig zijn om de werkplek goed te kunnen schoonmaken voor de eindcontrole. De eindcontrole zelf kan in voorkomende gevallen waar er sprake is van amfibool asbest, veel meer tijd in beslag nemen en kostbaarder zijn. In andere gevallen kunnen de werkzaamheden wellicht goedkoper en sneller gedaan worden als blijkt dat de risico’s meevallen. Als opdrachtgever zult u geconfronteerd worden met aanvullende vragen en het verzoek goed na te denken wat u nu precies wilt laten doen. Het inventarisatiebedrijf zal van u exact willen weten wat u van plan bent te gaan doen (renoveren, slopen, aan- of verkopen etc.) en daar de inventarisatie op aan laten sluiten. Het verkrijgen van gebouw gerelateerde documenten zoals bouwtekeningen, renovatieschetsen etc. zijn onmisbaar om een inventarisatie goed uit te kunnen voeren. Het ontbreken van deze documenten moet gemotiveerd worden en resulteert in mogelijk meer veldwerk. Het exact berekenen van de omvang van de asbestproducten en de ruimten waarin zich die bevinden, dient helder en duidelijk te worden gerapporteerd. Indien er op een locatie sprake is van een mogelijke verontreiniging met gezondheidsrisico’s zult u dringend geadviseerd worden deze te laten onderzoeken en in kaart te brengen. Uiteraard met maar 1 doel: het waarborgen van de gezondheid van mens en milieu.

Is dan nu alles helder?
Op dit moment vindt er binnen de ministeries met betrokken partijen overleg plaats over de risico-indeling van bepaalde producten die nu onder verzwaard regime vallen omdat ze een bepaalde hoeveelheid amfibool asbest bevatten. Denk hierbij aan standleidingen, ventilatiekanalen, riolering etc. Duidelijk is dat bij verwijdering op een juiste wijze hier geen verhoogde asbestemissies verwacht worden en de verzwaring van risicoklasse 2 naar 2A onnodige kosten en problemen met zich meebrengen. Het is dan ook de bedoeling om deze verzwaring te repareren conform een uitzonderingsregeling. Mogelijk komen daar nog meer materialen onder te vallen die nu nog onvoldoende onder de aandacht zijn gebracht.

2017 zal een jaar van ontwikkeling worden. Een ontdekkingstocht die nog de nodige wijzigingen teweeg zal brengen. Wij hopen u hiervan zo min mogelijk hinder te laten ondervinden.

Meer weten of hulp nodig bij vraagstukken?
Neem contact op via 0348-478050 of stuur een e-mail naar info@koenders-partners.nl

 

 

Asbest in zandbed kruipruimten; direct saneren of eerst grondonderzoek?

In opdracht van een gemeente in de regio Rotterdam heeft Koenders & Partners een grondonderzoek naar asbest in een kruipruimte van een bouwwerk uitgevoerd. 

De aanleiding voor het onderzoek was het aantreffen van restanten asbesthoudende niet-hechtgebonden isolatieschalen op het zandbed van de kruipruimte tijdens de asbestinventarisatie van het bouwwerk (invoegen foto). Op basis van de SMART-uitdraai van het oude ’SC-540’ asbestinventarisatierapport dienden deze losse restanten op het zandbed onder risicoklasse 2A te worden gesaneerd.

Kruipruimten met dergelijke asbestverontreinigingen dienen na afloop van de sanering te worden vrijgegeven door een onafhankelijk laboratorium conform de NEN 2990. Uitgangspunten bij deze vrijgave zijn dat er visueel geen asbestverdachte fragmenten in de toplaag (0-5 cm) meer aanwezig mogen zijn, de concentratie van te nemen grondmonsters lager moet zijn dan 100 mg/kgd en dat de lucht- en kleefmonsters in de kruipruimten moeten voldoen aan de vrijgavenorm.

De lucht- en kleefmonsters voldoen bij een goede schoonmaak door de saneringsaannemer veelal aan de vrijgavenorm, echter het risico bij een dergelijk eindcontrole zit bij de visuele vrijgave in combinatie met de te nemen grondmonsters. Veelal wordt voorafgaand aan het saneringstraject op basis van het inventarisatierapport ‘aangenomen’ dat het een oppervlakkige asbestverontreiniging in een kruipruimte betreft niet beseffende dat door herstelwerkzaamheden in het verleden en trillingen van buitenaf door bijvoorbeeld verkeer, vaak asbestdeeltjes zijn verspreid in horizontale en verticale richting van het zandbed.

Deze saneringsaanpak kan er toe leiden dat er veel meer verontreinigde grond in de kruipruimte dient te worden ontgraven dan voorafgaand is ‘aangenomen’. Het gevolg is een aanzienlijke post meerwerk voor de opdrachtgever en uiteindelijk geen gewenste vrijgave voor de kruipruimte met alle beperkingen van dien.

Koenders & Partners benadert dergelijke locaties vaak anders en heeft voor de opdrachtgever in dit geval eerst een aanvullend grondonderzoek onder asbestcondities in de kruipruimte uitgevoerd. Hierbij is voorafgaand het verdachte gebied nader in kaart gebracht op basis van bekende historische informatie (o.a. oude leidingtrajecten met isolatieschalen en eerder uitgevoerde werkzaamheden in de kruipruimte) en het uitvoeren van een nauwkeurige voorinspectie. Deze informatie is verwerkt in een onderzoeksplan en aansluitend is, onder asbestcondities, een laagsgewijs grondonderzoek in de kruipruimte uitgevoerd. 

Tijdens het grondonderzoek zijn delen met een gelijke (verwachtte) verontreinigingsgraad als separate ruimtelijke eenheid onderzocht. Hierbij is er in het verticale vlak gewerkt van grote inspectiegaten (bovenlaag) naar kleine inspectiegaten (onderlaag) voor wat betreft toplaagonderzoek naar kleinere boorlocaties met casingbuizen voor de ondergrond. Deze gecontroleerde aanpak is gehanteerd om versmering van de verontreinigde toplaag naar de diepere onderlaag te voorkomen.

Op basis van een nauwkeurige inspectie worden laagsgewijs grondmonsters samengesteld en geanalyseerd conform de NEN 5898 (incl. respirabele fractie). Van het uitgevoerde grondonderzoek is een separate rapportage opgesteld met daarin opgenomen een onderbouwde inschatting van de verontreinigingsomvang en een voorgestelde saneringsaanpak.

In dit geval bleek dat de asbestverontreiniging zich tot minimaal 0,8 meter minus bovenzijde zandbed bevond op basis waarvan de opdrachtgever heeft besloten om deze verontreiniging te isoleren middels het aanbrengen van minimaal 2 folielagen met daarop schuimbeton. Tevens is door Koenders & Partners een plan van aanpak opgesteld en na afloop van de sanering een asbestbeheersplan.        

Er zijn ook locaties waar we een grondsanering na laagsgewijs onderzoek hebben geadviseerd waarbij de verontreinigde toplaag is weggezogen onder asbestcondities. Het voordeel van wegzuigen ten opzichte van handmatig weggraven van de toplaag is dat er veel minder kans is op versmering van de toplaag en dus een grotere kans op een vrijgave van de kruipruimte. 

Een goede afstemming in het voortraject en maatwerkuitvoering bij dit soort asbestonderzoeken, is met name bij kruipruimten, dan ook essentieel.

Meer informatie over land- en waterbodemonderzoek? Neem vrijblijvend contact met ons op via telefoon: 0348-478050 of e-mail: info@koenders-partners.nl

Overzichtsfoto kruipruimte

Overzichtsfoto kruipruimte

Aangetroffen restanten asbest op het zandbed in kruipruimte

Aangetroffen restanten asbest op het zandbed in kruipruimte

Asbestresten op speelveld; onderzoek naastgelegen watergang noodzakelijk?

In opdracht van de gemeente Korendijk heeft Koenders & Partners een asbestonderzoek uitgevoerd in Goudswaard ter plaatse van een terrein dat in de zomerperiode wordt gebruikt als speelveld en in de winterperiode als ijsbaan.

De aanleiding voor het onderzoek was het aantreffen van stukjes asbest plaatmateriaal op het maaiveld na omploegen en inzaaien van het speelveld. In het verleden zijn hier ook baggerwerkzaamheden uitgevoerd waarbij slib uit de naastgelegen sloot op de kant is gezet.

Na goede afstemming met alle betrokken partijen is besloten om direct een nader bodemonderzoek naar asbest uit te voeren door het machinaal graven van inspectiesleuven in de landbodem en door het nemen van grote grepen van de waterbodem.

De asbesthoudende stukjes op het maaiveld en in de bovengrond van het speelveld zijn bemonsterd en geanalyseerd in het laboratorium. Na berekeningen is gebleken dat er geen sprake was van een bodemverontreiniging met asbest. Het speelveld kan dan ook weer als zodanig worden gebruikt.

Maar in de waterbodem van de naastgelegen sloot troffen wij wel een verontreiniging met asbest aan. In één van de greeplocaties werd een groot stuk asbestcement buis aangetroffen van circa een halve meter lengte. Deze inspectiegrepen werden uitgevoerd met hulp van een grote graafmachine. De asbestverontreiniging in de waterbodem was zeer waarschijnlijk niet vastgesteld als in het voortraject was besloten om een (minder uitgebreid) veldonderzoek met een stokemmer uit te voeren.

Een goede afstemming in het voortraject en maatwerkuitvoering bij dit soort asbestonderzoeken, met name bij sport- en speelvelden, zijn dan ook essentieel.

Meer informatie over land- en waterbodemonderzoek? Neem vrijblijvend contact met ons op via info@koenders-partners.nl of bel: 0348-478050.

Hoe duurzaam wordt uw gebouw? BREEAM-NL

Heeft u al eens nagedacht over de duurzaamheid van uw gebouw? Certificering met BREEAM-NL gaat verder dan isolatiewaarden, CO2 en hergebruik. Ook een groene werkomgeving draagt bij aan duurzaamheid. De certificering is voor nieuwbouw/ renovatie, gebiedsontwikkeling, sloop/ demontage, maar ook voor een gebouw dat in gebruik is!

Vanaf vandaag vindt u informatie over BREEAM-NL certificering en wat de ecologen van Koenders & Partners hierbij voor u kunnen betekenen, uitgelicht op onze website

 

Een BREEAM-NL project: het meest duurzame distributiecentrum van Nederland, gelegen in Tilburg.

Een BREEAM-NL project: het meest duurzame distributiecentrum van Nederland, gelegen in Tilburg.

Sterke plant bedreigt bouw en infra

De aanwezigheid van Japanse duizendknoop is een groot risico, onder andere bij (her)ontwikkeling. Deze exotische plantensoort is namelijk zo sterk en veerkrachtig dat hij zich onder andere door asfalt, funderingen, rioleringen en muren heen vecht. Alleen al de aanwezigheid van deze plant in de omgeving van bijvoorbeeld gebouwen kan desastreuze gevolgen hebben, op termijn wellicht ook voor de verkoopbaarheid van panden. In Groot-Brittannië en België komt het al voor dat hypotheken worden geweigerd door de aanwezigheid van deze plant in de tuin. Naast de directe bedreiging voor gebouwen, verhardingen, enzovoorts, zorgt de aanwezigheid voor belemmeringen met betrekking tot de inrichting van het plangebied.

De grootste problematiek met Japanse duizendknoop in Nederland lijkt zich te concentreren rondom de zandgronden van oost en zuid Nederland: Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Drenthe, echter is op basis van verspreidingsgegevens duidelijk dat de plant in heel Nederland gevonden kan worden. Er worden op diverse locaties in Nederland proeven uitgevoerd met verschillende bestrijdingsmethodes, echter geeft geen enkele methode een 100% zekerheid dat de soort ook daadwerkelijk is uitgeroeid. Zelfs het afgraven van de bodem (tot wel 7 meter diep) blijkt in de praktijk soms niet afdoende. Het zoveel mogelijk tegengaan van verspreiding lijkt op dit moment de meest voor de hand liggende oplossing om verdere problemen met Japanse duizendknoop het hoofd te bieden.

Voorafgaand aan de verwerving van een terrein/plangebied of voorafgaand aan uitvoering van werkzaamheden is het belangrijk om eerst door een deskundige te laten controleren of Japanse duizendknoop (of een andere invasieve exoot) aanwezig is. Daarbij is ook de aanwezigheid in de nabije omgeving van groot belang. Dit kan gecombineerd worden met een ecologische quickscan, waarmee ook direct overige ecologische risico’s (bijvoorbeeld met betrekking tot rugstreeppad en vleermuizen) in kaart kunnen worden gebracht. Wilt u meer informatie over de problemen die de Japanse duizendknoop met zich meebrengt of wilt u het risico voor uw eigendom laten bepalen? Neem vrijblijvend contact met ons op.

"Vleermuis gevonden? Dat gaat ons tienduizenden euro's kosten!"

Twee vleermuizen die zich verschuilen in een schoolgebouw, zorgen ervoor dat de sloop ervan wordt stilgelegd. De vleermuizen zijn beschermde diersoorten en het Ministerie van Economische Zaken stopt de sloop om een economisch delict te voorkomen. De geplande nieuwbouw wordt met weken vertraagd en men is bang dat het leegstaande gebouw ten prooi valt aan vandalisme. Vertraging in de bouwplanning en beschermingsmaatregelen tegen brandstichting, jagen de kosten omhoog.

Zomaar een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk van sloop- en renovatieprojecten. Het niet naleven van de flora- en faunawet heeft vooral grote financiële gevolgen. Het kost alleen al de bouwketen in heel Nederland tientallen miljoenen euro’s per jaar.

Ecologie komt hierdoor vaak negatief in het nieuws. Projecten moeten soms maandenlang stilgelegd worden vanwege de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. De voorbeelden hiervan zijn legio. Vertraging kan voorkomen worden door tijdig rekening te houden met de mogelijke effecten van werkzaamheden op beschermde soorten. 

Een ecologische risico-inventarisatie is dé tool om ecologische aspecten al tijdens de planvorming mee te nemen in de overwegingen van renovatie- of sloopwerkzaamheden. Door aan de hand van een ecologische analyse van het woningbezit een ecologische risico-inventarisatie op te laten stellen, heeft u altijd de beschikking over een achtergronddocument waarin mogelijke risico’s worden omschreven.

De ecologen van Koenders & Partners kunnen op basis van uw woningbestand een document opstellen waarin per type woning de aspecten worden besproken die mogelijk een risico vormen:
-    de gebouwspecifieke kenmerken;
-    de werkzaamheden welke als gevolg van deze kenmerken een potentieel ecologisch risico met zich meebrengen;
-    de beschermde soorten waarop deze risico’s betrekking kunnen hebben;
-    de te nemen maatregelen in het kader van mitigatie en de vervolgstappen in het kader van onderzoek, ontheffingen en bijbehorende compensatie.

Bij de risico-inventarisatie levert Koenders & Partners ook een handig overzicht in de vorm van een ‘stoplichtkalender’ waarin in één oogopslag kan worden bepaald wat de mogelijke risico’s van de  voorgenomen werkzaamheden zijn en in welke periode de werkzaamheden het beste uitgevoerd kunnen worden. Hiermee is tijdig een inschatting te maken of voor toekomstige renovatie- en/of sloopwerkzaamheden nog een uitgebreid ecologisch onderzoek dient plaats te vinden en wordt maandenlange vertraging in de uitvoeringsfase, voorkomen. In de risico-inventarisatie wordt beschreven wat het verwachte tijdsbestek voor de betreffende onderzoeken en een eventuele ontheffingsaanvraag is, waar rekening mee moet worden gehouden. Hierdoor kan van te voren een inschatting gemaakt worden wanneer deze werkzaamheden binnen de kaders van de natuurwetgeving uitgevoerd kunnen worden.

En dat kan héél véél geld schelen.

Op 13 oktober 2016 organiseren wij een Masterclass Ecologie. Tijdens deze interactieve bijeenkomst brengen wij samen met u de belangrijkste aspecten en knelpunten in kaart op het gebied van Ecologie. Gratis aanmelden of meer informatie via bedrijfsbureau@koenders-partners.nl. U bent van harte welkom!

Update: Pragmatische oplossing: een MUSt!

UPDATE per augustus 2016:
De ontheffing voor het project is verleend. De beoordeling laat zien dat de huismussentil voldoet aan alle voorwaarden zoals gesteld in de soortenstandaard(bijv. duurzaamheid, nestruimte en veiligheid tegen predatoren). Dit betekent dat deze maatwerkoplossing ook voor u kan bijdragen in de realisatie van projecten waarbij huismusverblijven verloren (dreigen) te gaan.

In samenwerking met FaunaConstruct hebben wij voor een van onze opdrachtgevers een huismussentil ontworpen, vervaardigd en geplaatst.

Omdat een aantal huismussennestplaatsen verloren zal gaan bij de sloop van een vervallen boerderij, moeten alternatieve verblijfplaatsen worden aangeboden. Aangezien het niet mogelijk was om in de nabije omgeving van de te slopen bebouwing te voorzien in de ‘standaard’ nestkasten, hebben wij onze opdrachtgever voorzien van een specifieke maatwerkoplossing.

Na enkele weken van ontwerpen, voorbereiden en productie hebben wij vorige week de huismussentil op locatie kunnen plaatsen. De til heeft ruimte voor 20 huismussenverblijven en biedt daarmee de komende jaren ruim voldoende onderdak voor de aanwezige huismussen.

Hiermee wordt er enerzijds voor gezorgd dat de huismus op de locatie aanwezig kan blijven en anderzijds kan ook de beoogde ontwikkeling van het terrein plaatsvinden.