Asbest in zandbed kruipruimten; direct saneren of eerst grondonderzoek?

In opdracht van een gemeente in de regio Rotterdam heeft Koenders & Partners een grondonderzoek naar asbest in een kruipruimte van een bouwwerk uitgevoerd. 

De aanleiding voor het onderzoek was het aantreffen van restanten asbesthoudende niet-hechtgebonden isolatieschalen op het zandbed van de kruipruimte tijdens de asbestinventarisatie van het bouwwerk (invoegen foto). Op basis van de SMART-uitdraai van het oude ’SC-540’ asbestinventarisatierapport dienden deze losse restanten op het zandbed onder risicoklasse 2A te worden gesaneerd.

Kruipruimten met dergelijke asbestverontreinigingen dienen na afloop van de sanering te worden vrijgegeven door een onafhankelijk laboratorium conform de NEN 2990. Uitgangspunten bij deze vrijgave zijn dat er visueel geen asbestverdachte fragmenten in de toplaag (0-5 cm) meer aanwezig mogen zijn, de concentratie van te nemen grondmonsters lager moet zijn dan 100 mg/kgd en dat de lucht- en kleefmonsters in de kruipruimten moeten voldoen aan de vrijgavenorm.

De lucht- en kleefmonsters voldoen bij een goede schoonmaak door de saneringsaannemer veelal aan de vrijgavenorm, echter het risico bij een dergelijk eindcontrole zit bij de visuele vrijgave in combinatie met de te nemen grondmonsters. Veelal wordt voorafgaand aan het saneringstraject op basis van het inventarisatierapport ‘aangenomen’ dat het een oppervlakkige asbestverontreiniging in een kruipruimte betreft niet beseffende dat door herstelwerkzaamheden in het verleden en trillingen van buitenaf door bijvoorbeeld verkeer, vaak asbestdeeltjes zijn verspreid in horizontale en verticale richting van het zandbed.

Deze saneringsaanpak kan er toe leiden dat er veel meer verontreinigde grond in de kruipruimte dient te worden ontgraven dan voorafgaand is ‘aangenomen’. Het gevolg is een aanzienlijke post meerwerk voor de opdrachtgever en uiteindelijk geen gewenste vrijgave voor de kruipruimte met alle beperkingen van dien.

Koenders & Partners benadert dergelijke locaties vaak anders en heeft voor de opdrachtgever in dit geval eerst een aanvullend grondonderzoek onder asbestcondities in de kruipruimte uitgevoerd. Hierbij is voorafgaand het verdachte gebied nader in kaart gebracht op basis van bekende historische informatie (o.a. oude leidingtrajecten met isolatieschalen en eerder uitgevoerde werkzaamheden in de kruipruimte) en het uitvoeren van een nauwkeurige voorinspectie. Deze informatie is verwerkt in een onderzoeksplan en aansluitend is, onder asbestcondities, een laagsgewijs grondonderzoek in de kruipruimte uitgevoerd. 

Tijdens het grondonderzoek zijn delen met een gelijke (verwachtte) verontreinigingsgraad als separate ruimtelijke eenheid onderzocht. Hierbij is er in het verticale vlak gewerkt van grote inspectiegaten (bovenlaag) naar kleine inspectiegaten (onderlaag) voor wat betreft toplaagonderzoek naar kleinere boorlocaties met casingbuizen voor de ondergrond. Deze gecontroleerde aanpak is gehanteerd om versmering van de verontreinigde toplaag naar de diepere onderlaag te voorkomen.

Op basis van een nauwkeurige inspectie worden laagsgewijs grondmonsters samengesteld en geanalyseerd conform de NEN 5898 (incl. respirabele fractie). Van het uitgevoerde grondonderzoek is een separate rapportage opgesteld met daarin opgenomen een onderbouwde inschatting van de verontreinigingsomvang en een voorgestelde saneringsaanpak.

In dit geval bleek dat de asbestverontreiniging zich tot minimaal 0,8 meter minus bovenzijde zandbed bevond op basis waarvan de opdrachtgever heeft besloten om deze verontreiniging te isoleren middels het aanbrengen van minimaal 2 folielagen met daarop schuimbeton. Tevens is door Koenders & Partners een plan van aanpak opgesteld en na afloop van de sanering een asbestbeheersplan.        

Er zijn ook locaties waar we een grondsanering na laagsgewijs onderzoek hebben geadviseerd waarbij de verontreinigde toplaag is weggezogen onder asbestcondities. Het voordeel van wegzuigen ten opzichte van handmatig weggraven van de toplaag is dat er veel minder kans is op versmering van de toplaag en dus een grotere kans op een vrijgave van de kruipruimte. 

Een goede afstemming in het voortraject en maatwerkuitvoering bij dit soort asbestonderzoeken, is met name bij kruipruimten, dan ook essentieel.

Meer informatie over land- en waterbodemonderzoek? Neem vrijblijvend contact met ons op via telefoon: 0348-478050 of e-mail: info@koenders-partners.nl

Overzichtsfoto kruipruimte

Overzichtsfoto kruipruimte

Aangetroffen restanten asbest op het zandbed in kruipruimte

Aangetroffen restanten asbest op het zandbed in kruipruimte