Nieuwbouw en Renovatie

In het kader van het duurzame certificeringsprogramma BREEAM-NL voor nieuwe gebouwen en renovatieprojecten kan Koenders en Partners adviseurs en procesmanagers bv voor u een rapportage verzorgen voor het onderdeel Landgebruik en Ecologie (LE). Hierbij worden de onderdelen LE1, LE2, LE3, LE4, LE6 en LE9 (voor zover van toepassing) beoordeeld aan de hand van BREEAM-NL ‘Beoordelingsrichtlijn Nieuwbouw en Renovatie’.

Koenders en Partners beschikt over de juiste middelen en expertise om:

  • het hergebruik van land (LE1) te bepalen: Op basis van aangeleverde informatie (plankaarten, inrichtingsplattegronden etc.) kan nauwkeurig worden bepaald wat de ecologische impact van de keuze van de bouwlocatie is. Hierbij wordt onder andere beoordeeld of het plangebied binnen een nationaal landschap ligt, of het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, wat de ecologische waarde van het plangebied is en wat de mate van hergebruik van eerder verhard terrein is;
  • onderzoek te doen naar verontreinigde bodem (LE2): Door middel van bodemonderzoek kan worden vastgesteld of op een locatie sprake is van een ernstig verontreinigde bodem. Koenders en Partners beschikt over de benodigde certificaten om dergelijke bodemonderzoeken voor u te verzorgen. Daarnaast kan in samenspraak met de opdrachtgever een plan van aanpak/ saneringsplan worden opgesteld;
  • een natuurrapportage op te stellen waarin de aanwezige dieren en planten op de bouwlocatie (LE3) worden beschreven: Aan de hand van bronnenonderzoek wordt een indicatie gegeven van de mogelijk op locatie aanwezige soorten. Middels een veldbezoek worden de resultaten verder gespecificeerd. Naast een inventarisatie van de aanwezige soorten wordt ook een inschatting gemaakt van het potentieel voor plant- en diersoorten, waarbij rekening wordt gehouden met de regionale ligging van het plangebied en beschermde soorten die in de omgeving voorkomen. Aanvullend wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin wordt aangegeven hoe de aannemer het project kan uitvoeren met minimale schade aan flora en fauna. Indien bovenstaande informatie wordt toegepast in het plangebied, wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen uit de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet, Boswet en het Provinciaal compensatiebeginsel. Tevens wordt hiermee tijdens het ontwerp en het bouwproces voldaan aan alle EU-regelgeving, gerelateerd aan het beschermen en verbeteren van de ecologie;
  • pragmatisch advies te geven om planten en dieren als medegebruiker van het gebied (LE4) te stimuleren: In aanvulling op het in kaart brengen van potentieel voor plant- en diersoorten worden, worden aanbevelingen gedaan om voor plant- en diersoorten de geschikte omstandigheden te creëren. Hierbij wordt rekening gehouden met het beoogde ontwerp, terreininrichting en functie van het te ontwikkelen project. Na vaststelling van een definitief ontwerp kunnen wij daarnaast als erkende ecologen bevestiging geven dat aanbevelingen voldoende zijn overgenomen;
  • een beheersplan op te stellen waarmee duurzaam medegebruik van planten en dieren op de lange termijn (LE6) kan worden gewaarborgd: Indien gewenst kan als aanvulling op de natuurrapportage een beheerplan worden opgesteld, waarin kort en bondig pragmatische beheermaatregelen, een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en een evaluatieplan worden gerapporteerd;
  • te beoordelen of er sprake is van efficiënt grondgebruik (LE9): Naast het hergebruik van land (LE1) wordt bij het bouwen van woningen ook een efficiënt grondgebruik in de beoordeling meegenomen. Op basis van tekeningen wordt een berekening gemaakt om de verhouding tussen bebouwd en gebruiksoppervlak aan te tonen.